In het kader van lokaal gezondheidsbeleid zien we in de eerstelijnsgezondheidszorg stevige ontwikkelingen plaatsvinden. Begeleiding van chronische aandoeningen als suikerziekte, hart- en vaatziekten, longaandoeningen, gewrichtslijden, zorg voor geestelijke aandoeningen etc. wordt steeds meer door de huisartsen in het dorp gedaan, met op de achtergrond de specialistische kennis van het ziekenhuis. Tegelijkertijd komt er meer aandacht voor het voorkomen van deze aandoeningen. Gezond gedrag kan worden gestimuleerd en ook met een chronische aandoening kan men meer vanuit eigen kracht dan men misschien nu denkt. Daarbij is niet altijd direct een zorgaanbieder nodig.